Arjen de Wit

Afstand

Het bellen was geen succes. “Ik ben er niet goed in”, zei ze. “Nooit geweest. Vroeger wist ik ook al niet wat ik tegen vriendinnetjes moest zeggen.”

We keken allebei naar de videoverbinding op ons computerscherm.

“Ik wil je vasthouden”, zei ze.

 

Uitgeteld

“Dit is geen seks”, zegt ze. “Dit is kunst.”

 

Ergens

“Bedankt”, zegt ze, “dat je je tijd met mij wilt doorbrengen”.

 

Oost-Indisch Huis, Amsterdam

“Ik ben hier wel, maar ik doe niets”, zei Alwin. Iedere dag zat hij urenlang online spelletjes te spelen in de studieruimte op de zolder van het Oost-Indisch Huis, waar computers stonden opgesteld tussen de eeuwenoude balken. Alwin schreef zijn scriptie. De diploma-uitreiking zou beneden zijn, in de voormalige bewindhebberskamer van de VOC.

Hij woonde in de Nes, om de hoek bij De Buurvrouw, het nachtcafé waar hij zijn vrouwen veroverde.

Toen hij afstudeerde had de universiteit het Oost-Indisch Huis inmiddels verkocht, en zijn diploma-uitreiking vond plaats in een grijze zaal in een nieuwbouwcomplex aan de rand van de stad.

Ochtend (2)

Ze komt omhoog, met verwarde haren en een Mickey Mouse-shirt dat tot haar knieën komt, knippert met haar ogen tegen het licht en strompelt de slaapkamer uit. “Ik moet even plassen.”

Liefde, denk ik, liefde is het ontbreken van schaamte.

 

Onenightstand

“Tot ons dertigste zijn we allemaal nog pubers”, zegt ze.

Vroeger

In een tentje, op een MP3-speler, Nirvana Unplugged luisteren.

Ochtend

Vandaag heb ik geen zin. Ik zou wel een extra dag willen, een dag waarop ik niets hoef te doen en de rest van de wereld stilstaat, zodat morgen verdergaat waar vandaag was gebleven.

“Je ziet er mooi uit”, zegt ze, “zelfs als je nog wakker moet worden”.

Amerikaanse droom (6)

We aten weer eens biefstuk, van die goedkope stukken vlees uit de diepvries die we in verpakkingen van twintig bij de Walmart kochten en die mijn moeder met zo veel boter opbakte dat ze in een plas gelig vet op je bord kwamen te liggen.

Amerikaanse droom (5)

Mijn moeder zei niet veel toen we aan tafel zaten. Arjen bestelde een pizza waar zoveel kaas opzat dat hij een groot deel liet liggen, terwijl hij normaal altijd alles opat wat voor hem lag. Beteuterd keek hij naar het kleffe plakkaat. Het was afgekoeld en had een grote plak gevormd, als een frisbee waarmee kinderen overgooien in het park. Welkom in West-Virginia.

Mama pulkte aan haar vingers, Arjen staarde naar de t-shirts die aan een rek hingen: ‘2nd amendment – right to defense’.

Ik schaamde me voor mijn moeder, voor het plastic eten, voor de smakeloze shirts. Ik schaamde me voor mijn land.