Blauw en wit

Vreemd, dat de jongen juist nu moet denken aan de kleuren van de trams. De wagens zijn wit en blauw, zo wit en blauw als wolken op een Noord-Amerikaanse namiddaghemel. Ieder kind tekent de wolken blauw en de lucht wit. Toch kan niemand zich het moment herinneren waarop hij besefte dat het helemaal niet klopte, dat hij naar de lucht keek en dacht: ‘Het is andersom, kijk nou toch, de wolken zijn niet blauw maar wit en de lucht is niet wit maar blauw, ik heb het altijd verkeerd gedaan’, waarna hij voor de rest van zijn leven witte wolken en blauwe lucht tekent.

Advertenties