Werken voor het algemeen belang
door arjendewit
Soms kom je erachter dat iemand anders met precies hetzelfde onderwerp bezig is als jij. Deze keer overkwam het me met Koning Willem-Alexander.
‘Iedereen die iets doet voor een ander – als vrijwilliger, mantelzorger of anderszins – draagt bij aan het algemeen belang en maakt Nederland sterker,’ aldus Willem-Alexander in de Troonrede.
Dat is mooi. In mijn boek definieer ik maatschappelijke productiviteit als activiteiten in het algemeen belang. Maar wat is dat eigenlijk, het algemeen belang? En welk werk (betaald of onbetaald) draagt bij aan doelen van algemeen nut?
Maatschappelijke organisaties kunnen de status van ‘algemeen nut beogende instelling’ (ANBI) krijgen, waarmee ze aanspraak maken op belastingvoordelen. Daarvoor kent de wet een lijstje doelen die algemeen nuttig zijn, zoals welzijn, gezondheidszorg en cultuur. Kunnen we met deze lijst van algemeen nuttige doelen beoordelen welke activiteiten bijdragen aan het algemeen belang?
Toen ik aan dit boek begon leek het me interessant om te bedenken welke bedrijfsgroepen bijdragen aan een algemeen belang. Dat bleek niet makkelijk. Farmaceutische bedrijven produceren essentiële medicijnen, maar je kunt ook zeggen dat ze het algemeen belang schaden omdat hun patenten de prijzen opdrijven en ze verslavende pijnstillers promoten als veilige medicatie. Voedsel is een basisbehoefte, maar persoonlijk vind ik de vlees- en zuivelindustrie vooral schadelijk voor milieu en dierenwelzijn. Het wordt al snel persoonlijk of politiek, en elke indeling zou arbitrair zijn.
En hoe zit het met onbetaald werk? Enerzijds is het veilig om te stellen dat verreweg het meeste vrijwilligerswerk, mantelzorg en huishoudelijk werk in een algemeen belang is. Maar ook hier wordt het al snel lastig. Een buurtmaaltijd draagt bij aan de sociale cohesie en leefbaarheid, maar is elk etentje met vrienden dan ook maatschappelijk productief? Mantelzorgers werken voor het welzijn van een ander, maar wat als het gaat om een bemoeizuchtige bekende die elke dag op de stoep staat om ongevraagd klusjes in huis te gaan doen waar je niet op zit te wachten? Vrijwilligers werken vaak voor algemeen nuttige doelen, maar wat als ze niet echt nodig zijn, bijvoorbeeld omdat ze overtallig zijn en de organisatie ze niet naar huis wil sturen? En vrijwilligerswerk kan ook tot doel hebben de democratie omver te werpen of bevolkingsgroepen te deporteren.
Moet de overheid dan bij twijfel maar beslissen welk werk in het algemeen belang is, en welk werk niet?
Op 28 januari 2025 nam de Tweede Kamer een motie aan waarin het kabinet werd verzocht de ANBI-status van actiegroep Extinction Rebellion (XR) in te trekken. ‘Geen belastingvoordelen meer voor activisme, voor radicalen,’ aldus JA21-Kamerlid Joost Eerdmans.
In haar reactie op de motie over XR schreef de staatssecretaris dat de ANBI-status ‘neutraal getoetst’ wordt: de overheid beslist niet of een organisatie de juiste doelen op de juiste manier nastreeft. ‘Dat is een belangrijke eigenschap van de ANBI-regelgeving, omdat ANBI’s daarmee een afspiegeling zijn van een diverse samenleving waarbinnen verschillende doelen als wenselijk worden gezien.’ Dit is een fundamenteel principe van een vrije pluriforme samenleving. En een fundamentele manier van denken over het algemeen belang. De overheid is een belangrijke speler die het algemeen belang nastreeft, maar niet de enige.
Willem-Alexander benadrukte in de Troonrede terecht dat democratie meer is dan het gelijk van de helft plus één. In een democratie is er, binnen (grond)wettelijke kaders, ruimte voor minderheden met andere visies op het algemeen belang. De overheid moet dus terughoudend zijn met bepalen welke activiteiten in een algemeen belang zijn en welke niet.
Daar komt nog iets bij. Door de geschiedenis heen is het algemeen belang vooral gebruikt als iets dat tegengesteld is aan een particulier belang. Het klinkt ook logisch: je werkt voor jezelf of voor het grotere geheel. Maar is die grens eigenlijk wel te trekken?
In de feministische literatuur is het onderscheid tussen publiek en privé een belangrijk punt. Is alles wat zich binnen de muren van een huishouden afspeelt privé, iets waar de samenleving niets mee van doen heeft? Dan zou geweld tegen vrouwen ook niet gezien worden als maatschappelijk probleem, want dat speelt binnen relaties. Het persoonlijke is politiek: we ‘doen gender’ in alledaagse handelingen, van financiële beslissingen binnen het huishouden tot de manier waarop je iemand begroet. Maatschappelijke verwachtingen en sociale rollen zijn overal. Daarom is geweld tegen vrouwen wel een probleem dat ons allemaal aangaat.
Dit geldt ook voor het zorgen voor mensen om je heen. Nog steeds is er de neiging dat te zien als een privé-aangelegenheid. Maar de ‘keuze’ voor onbetaald zorgwerk en vrijwilligerswerk kan grote gevolgen kan hebben voor de status, welzijn en bestaanszekerheid van mensen die dit werk doen. Mensen die minder gaan werken omdat ze mantelzorger worden, gaan er op achteruit in salaris en pensioen. Vrouwen (maar ook mannen) die veel tijd nemen om te zorgen voor kinderen, eindigen met een lager inkomen en minder carrièrekansen (de beruchte ‘babyboete’). Vrijwilligers of mantelzorgers in de bijstand leven van een uitkering onder het minimumloon, ook al doen ze waardevol onbetaald werk.
‘Gelukkig bestaat die Nederlandse traditie van gemeenschapszin nog steeds,’ aldus Willem-Alexander. Laten we die traditie dan ook volledig waarderen. Het is niet genoeg om te constateren dat het meeste vrijwilligerswerk en mantelzorg bijdraagt aan saamhorigheid en gezamenlijke doelen. De huidige verdeling tussen betaald en onbetaald werk leidt tot ongelijkheden. Dit is een maatschappelijk probleem, geen privézaak. En het bestrijden daarvan is in het algemeen belang.
