Arjen de Wit

Verhalen

Broer en zus

“Eerst was je nooit zo”, zegt hij.

Ze staan te wachten voor het stoplicht, de ellebogen op het stuur van hun fiets. Het is al bijna avond.

Ze laat haar kauwgom klakken en haalt haar schouders op. “Eén slokje kan toch geen kwaad?”

 

Amerikaanse droom (10)

Het liefste zou ik de eerste twintig jaar van mijn leven niet meetellen. Het liefste zou ik beginnen na de dood van mijn vader, na de dood van mijn moeder, na mijn schooltijd. Maar ik wil het hele verhaal vertellen. Ik wil ook vertellen over de stille middagen aan de keukentafel en de grijze straten in de winter, over de ogen van mijn moeder en het geluid van haar gitaar.

 

Troost

Echt regen kun je dit niet noemen, maar toch wordt alles nat. De tegels op het Cornelis Troostplein glimmen.

Het is drie uur. Mensen gaan voorbij, op weg naar de markt, naar de Hema, naar de Blokker.

Ze pakt mijn hand en kijkt me aan. “Biertje?”

 

Proloog (2)

Dit verhaal had moeten gaan over eenzame autoritten en verlaten snelwegen. Het had moeten vertellen hoe groot de bekers wel niet zijn in Amerika, hoe veel dikke mensen je ziet en dat het land is ingericht op auto’s en creditcards. Hoe gemakkelijk het leven gaat, zeker als je geld hebt. Hoeveel zwervers er op straat liggen. Dat het Starbucks-logo langzaam plaatsmaakt voor dat van Waffle House als je verder naar het zuiden rijdt. Hoe zout het eten is, of hoe zoet. Dat al het fruit smaakt alsof het ingespoten is met spierversterker. Hoe duur de supermarkten zijn vergeleken met afhaalmaaltijden. Dat er overal vreten wordt verkocht, en dat iedereen overal aan het vreten is.

 

Starbucks Diaries

“Goed shirt.” Hij wijst op de tekst. ‘Stronger Together’, het klinkt ineens een beetje zielig.

“Bedankt”, zegt ze, en ze kijkt even naar beneden. “Weet je dat ik de afgelopen week niet heb kunnen werken? Ik ga hier steeds zitten met mijn laptop maar het lukt gewoon niet. Het is alsof, alsof…”

Hij knikt. “Alsof er iemand dood is.”

 

Amerikaanse droom (9)

“Eerst koffie”, zei ik.

“Eerst een jointje”, zei ze, en we moesten allebei lachen.

 

Laatste tram

We dronken wijn uit koffiemokken. Ze lag tegen me aan en ik liet mijn hand over haar buik gaan. Bij haar borst aangekomen pakte ze mijn pols vast. “Je moet zo weg.”

 

Amerikaanse droom (8)

Dat iedereen vraagt hoe het met je is, zonder op een antwoord te wachten.

 

De kinderopvang

“Dankjewel, Sara, maar ik hoef geen taart.”

De moeder van Sara heeft taart gebakken, die ze uitdeelt aan alle kinderen en alle juffen.

“Waarom wil jij niet, juf Melissa?”

“Ik probeer af te vallen. Als ik te veel taart eet word ik dik.”

Sara knikt met een serieus gezicht. Dat snapt ze, want er zit veel boter in de taart en van boter word je dik.

Als iedereen een stukje heeft gaat ze nog een keer naar de juf toe. “Maar ik vind jou helemaal niet dik”, zegt ze. “Ik vind je hartstikke mooi.”

 

Augustus

De stad ruikt naar scooters en gebraden vlees.