Amerikaanse droom (8)
Dat iedereen vraagt hoe het met je is, zonder op een antwoord te wachten.
Dat iedereen vraagt hoe het met je is, zonder op een antwoord te wachten.
“Dankjewel, Sara, maar ik hoef geen taart.”
De moeder van Sara heeft taart gebakken, die ze uitdeelt aan alle kinderen en alle juffen.
“Waarom wil jij niet, juf Melissa?”
“Ik probeer af te vallen. Als ik te veel taart eet word ik dik.”
Sara knikt met een serieus gezicht. Dat snapt ze, want er zit veel boter in de taart en van boter word je dik.
Als iedereen een stukje heeft gaat ze nog een keer naar de juf toe. “Maar ik vind jou helemaal niet dik”, zegt ze. “Ik vind je hartstikke mooi.”
De stad ruikt naar scooters en gebraden vlees.
“Noh”, zegt oma, terwijl ze een schaal nootjes op tafel zet. “Gun hun ook ‘ns wat. Die jongens komme van ver.”
Ze lag naast haar brommer op straat. Ze lag in de stabiele zijligging, het hoofd onder het bloed. Ze keek naar niets.
Er stonden genoeg mensen bij dus ik fietste door, naar de supermarkt, naar de Turkse winkel, en toen naar huis. In de verte klonk een ambulance.
Vanochtend, terwijl ik in de bibliotheek zat te werken, luisterde ik jouw opname van Wicked Game op de gitaar. In de mooiste stad ter wereld begon het te regenen.
Het feest is bijna over. We mogen nog blijven maar de muziek gaat zachter en zachter, tot het ritme alleen nog van ver lijkt te komen.
“Zo kunnen we niet dansen”, zeg ik.
Ze lacht en pakt mijn hand. “Waar een wil is, is een weg.”
“Morgen word ik naast je wakker”, zegt ze. “Daar heb ik zin in.”
Op 4 mei 1986 om 20.00 uur ging zijn telefoon.