Arjen de Wit

Categorie: Proza

Verdict van de eenzaamheid

De wagons waggelen naar de stad. De hemel tekent zacht rood. Het meisje tegenover me heeft afgrijselijk lelijke schoenen, met diamantachtige versierselen. Wie durft zoiets te dragen. Een meisje dat op Marokkaanse jongens valt. Ze kijkt uit haar ogen dat ze de wereld kent, dat ze alle shit en wonderlijke dingen weet. Ik zie haar en ik weet het: ze heeft me gezien. Hier ben ik, dit meisje is voor me gevallen. De lucht lacht en wij ontwijken subtiel elkaars blikken. We dansen de dans. Verschillende werelden en toch een blik van herkenning. Ze kijkt, ik niet. Ik kijk, zij niet. We zoeven de aarde in. Ze schrikt als ik uitstap. Het perron is leeg, zo opeens. Als de metro verder rijdt kijk ik in haar ogen, haar bange verlangende, haar eenzame ogen.

Afbeelding

Het geluid van de stad

Het is zo’n moment op de late avond dat het nog geen nacht is en er nog voldoende mensen buiten zijn. Muziek schalt slecht hoorbaar door de straten; twee jongens luisteren hiphop en uit het café klinkt Surinaamse muziek. Een verwarde vrouw met een rode pet schreeuwt tegen niemand over Mariken van Nimwegen en Joost van den Vondel, over negers die op straat worden doodgetrapt, over kinderen in uniform. Ze kijkt niet op. Ze kijkt nooit op.

Water

Zacht luistert het meisje naar de stilte van een huis zonder hem. Ergens wordt een wc doorgetrokken. Water en ontlasting gorgelt door het gebouw, ze hoort het suizen van het toilet en het vieze water dat door de muren naar beneden stort.

Ze zit op de bank.

Nu zet iemand een douche aan. Dit water daalt rustiger, een tevreden gesis dat niet eens op zou kunnen vallen totdat het weer stopt. Ze bedenkt wie zich nu zou wassen, een man of een jongen of een vrouw of een meisje, hoe vies het zou zijn. Ze houdt haar oor tegen de muur om het water beter te horen. Ogen sluiten. Nadenken. Bedenk de temperatuur. Bedenk wat er bij zit: zweet, modder uit het park, misschien wel bloed uit een wondje van het scheren, misschien wel sperma. Het blijft maar stromen, ze luistert naar het geruis en even is ze tevreden. Toch nog verbaasd haalt ze haar hoofd van de muur als het water met een harde hik stopt. Een laatste restje warm water daalt door de flat.

Dan tikt en klikt de voordeur.

Het probleem

Mijn beste vriend zei dat alles goed zou komen, toen we biertjes zaten te drinken in een kroeg in de Linnaeusstraat. Ajax speelde en verloor. We treurden niet. Alles komt altijd goed, dat is het hele probleem.

 

De kunst

Hier moet het gebeuren, dacht Arjen. Het was stil in het Stedelijk Museum. Mensen schuifelden van zaal naar zaal, stiefelden langs de werken. Een omaatje moest de arm vasthouden van haar man, die nog goed ter been was. Ze leek het allemaal niet goed te kunnen zien, en tuurde steeds ingespannen door haar bril om de kleuren op de doeken te zien. Af en toe murmelde de man wat in haar oor. Ze leken best tevreden.

Lees de rest van dit artikel »