Arjen de Wit

Ten huwelijk

Waarom vijf of zes jaar wachten voordat je trouwt met iemand?”, vraagt ze zich af. “Ik wil gewoon voor iemand kiezen die ik tegenkom en met wie het meteen goed voelt. Het kan misgaan maar het kan altijd misgaan, kijk maar eens hoeveel stellen er scheiden.”

Ze kijkt me aan met die donkerbruine ogen. Ik besef me dat ik haar hier en nu ten huwelijk kan vragen, dat het een idioot plan is maar dat ze waarschijnlijk nog ja zou zeggen ook. We zouden het gewoon doen, ook al kennen we elkaar net vier dagen en wonen we in verschillende delen van de wereld.

De donkerbruine ogen kijken me aan. “Waarom niet?”

Verjaardag

“We hebben het er wel moeilijk mee, ja, we hebben het er wel moeilijk mee gehad.” Hans kijkt even naar zijn vrouw, die naast hem op de bank in gesprek is met de moeder van de jarige. “Maar nu gaat het beter.”

 

Zaterdagavond

Ik vier een feestje met hasj, muziek en sigaretten. Niemand is uitgenodigd.

 

Nog

Nog

In bed

Ze komt overeind, trekt haar kleren uit en komt weer naast me liggen. “Ik wil mijn huid even tegen de jouwe voelen”, zegt ze.

 

Haar droom

Na de eerste keer voelde ik me vies. Al die mannen die naar je borsten en billen kijken, vooral mannen boven de veertig die met geld wapperen alsof ze aapjes voeren. De eerste keer dacht ik dat mijn lichaam niet goed genoeg was, dat de mannen me uitlachten. Maar dat deden ze niet. Ze hielden van me, ze hielden van mijn striptease met de hoelahoep, ze hielden van mijn lijf.

Elke avond besefte ik waarvoor ik het deed. Ik telde mijn geld, wandelde de club uit en fietste naar huis in de donkere nacht terwijl ik dacht aan alle mensen die het Zuiden nooit zouden verlaten. Ik wel, ik zou deze plek ontvluchten en een nieuw leven opbouwen.

Het onvermijdelijke gebeurde: op een avond zat er een bekende in de zaak, een leraar van mijn oude middelbare school. Natuurlijk zag hij mij ook en na de show kwam hij naar me toe. Hij leek niet beschaamd. Waarom, vroeg hij, en of dit is wat ik wilde met mijn leven. “Ik wil genoeg verdienen om naar New York te verhuizen en artiest te worden; ik maak schilderijen”, zei ik zacht, terwijl ik hoopte dat hij niets tegen mijn ouders zou zeggen. Ik keek op en zag dat hij het begreep. “Ik kom hier niet vaak”, zei hij, “misschien twee keer per jaar. Ik ga er vanuit dat je weg bent als ik hier weer kom.” Hij keek me recht in de ogen, en mensen die je in de ogen kijken hebben meestal gelijk.

Inmiddels hield ik van mijn lichaam en het geld dat naar me gegooid werd. Maar ik zou vluchten, ik zou meer zijn dan dat arme zwarte meisje uit Virginia. Nog één keer fietste ik ’s nachts langs de huizen waar mensen voor de rest van hun leven op de veranda’s zouden zitten. Ik heb de leraar nooit meer gezien.

 

Studentenhuis

Af en toe bleef ze slapen in mijn eenpersoonsbed. Dan zaten we op de bank en dan zeiden we dat we naar bed gingen, en dan vroeg ze of ze bij mij mocht. Dan zoenden we en voelde ik wat aan haar lichaam. Onze lijven vouwden zich steeds makkelijker om elkaar heen en zo sliepen we, met het kleine zolderraampje vlak boven ons.

 

We liggen

Ik lig IK LIG in het gras naast het huis van haar ouders en luister. De avondzon valt op de heuvels. Ze komt net onder de douche vandaan, ze geeft me een frisse zoen en ze ruikt naar zomer.

We liggen WE LIGGEN en luisteren, naar de vogels die lawaai maken en de hond die blaft naar het busje van een postkoerier. Verder is het stil.

 

Ontmoeting

“Ik wil dat er iets overblijft om naar te verlangen, dus we gaan geen seks hebben”, zegt ze, maar we weten allebei dat ze liegt.

Wanneer ze naakt in mijn armen ligt kijkt ze me even aan: “Ik ben wel een beetje gek.”

 

 

Twee zielen

“Ik vind het leuk om een relatie te hebben”, zegt ze. “Het is prettig te weten dat er iemand voor je is, dat je niet alleen bent.” De auto glijdt over de donkere heuvels. We praten met zachte stem, omdat er niet meer nodig is om elkaar te begrijpen.

Toch is ze vaak teleurgesteld in haar leven, zegt ze.

Straks drinken we een glas wijn op de bank en praten nog een beetje over wat had kunnen zijn. Daarna slaap ik in de logeerkamer.