Arjen de Wit

Categorie: Proza

Ontmoeting

“Ik wil dat er iets overblijft om naar te verlangen, dus we gaan geen seks hebben”, zegt ze, maar we weten allebei dat ze liegt.

Wanneer ze naakt in mijn armen ligt kijkt ze me even aan: “Ik ben wel een beetje gek.”

 

 

Twee zielen

“Ik vind het leuk om een relatie te hebben”, zegt ze. “Het is prettig te weten dat er iemand voor je is, dat je niet alleen bent.” De auto glijdt over de donkere heuvels. We praten met zachte stem, omdat er niet meer nodig is om elkaar te begrijpen.

Toch is ze vaak teleurgesteld in haar leven, zegt ze.

Straks drinken we een glas wijn op de bank en praten nog een beetje over wat had kunnen zijn. Daarna slaap ik in de logeerkamer.

 

Ik lig

Ik lig IK LIG met mijn moeder op het gras van onze tuin. “De lucht doet me denken aan oma”, zeg ik, want de lucht is bewolkt en lijkt lichtblauw en roze. “Zie je het lichtblauw en roze?”

Mama ziet het niet.

“Ik zou willen dat er wat gebeurt in mijn leven”, zeg ik. “Er gebeurt nooit iets. Ik zou bijna willen dat ik een ongeluk kreeg. Ken je dat gevoel?”

“Ja”, zegt mama.

 

Volgende station

En weer zo’n bijna verlaten station. Een vrouw schreeuwt huilend dat ze per ongeluk een kaartje voor morgen heeft gekocht; de conducteur strijkt met de hand over het hart. Als iedereen is ingestapt wacht de trein nog vijf minuten voor een rookpauze en mijn buurman haast zich naar buiten.

Charleston, een lome rivier aan haar voeten genesteld, hangt in de mist.

Het leven is zoek, de peuken zijn op
We slepen ons voort naar een volgende stop

 

Memphis

De naam van de stad klinkt als een klok: Memphis, Tennessee. Het is de stad van BB King en Jerry Lee Lewis, van Johnny Cash en Elvis Presley, maar nu zijn de kroegen commerciële sell-outs waar inwisselbare bluesbands optreden voor een handvol toeristen. Het lijkt nep, het lijkt of er iets in stand gehouden wordt wat al jaren niet meer bestaat.

En toch is er een zweem van het zwoele leven in zuidelijk Amerika, met cafés die de hele nacht open blijven en mensen die op straat staan te wachten op niets. We drinken Corona op de veranda van een bar waar de muziek langzaam overgaat van soul in zwarte hiphop. We wagen ons op de dansvloer, waar we de enige blanken zijn.

In Tennessee lopen mensen, als uiting van geoorloofd racisme, met tatoeages van de Confederate-vlag uit de Amerikaanse burgeroorlog.

We maken voorzichtige danspassen en ontwijken de blikken die onze kant opgaan, we praten wat en drinken wat en laten het feestgedruis uiteindelijk maar voor wat het is. Memphis, Tennessee. Hier horen wij niet thuis.

 

Nu

Nu zal ik haar bellen; mijn duim rust op de groene toets. Nu, of straks.

Vroeger in de zomer gingen we wel eens van de brug af springen. Dan is er dat moment dat je over de reling bent geklommen en naar beneden kijkt, naar het water dat meters onder je voorbijstroomt. Je weet dat je gaat springen maar durft nog even niet, je speelt het loslaten van de leuning twintig keer af in je hoofd voordat je het daadwerkelijk doet. Je zweeft, je voeten raken het oppervlak en opeens is er overal water en het geluid van gedempte stemmen en bubbels die langs je hoofd een weg naar boven zoeken.

Nu is het nog mooi. Geen verwachting vervalst, geen illusie gebroken. Ik bel. Ik spring.

 

Alles komt goed

Ik mis iemand die een arm om mijn schouder slaat, al is het maar heel even, om met een enkele aanraking alle spanning uit mijn lijf weg te nemen. Iemand die naast me in bed kruipt om nog even naar me te kijken voordat het licht uitgaat.

Ik mis iemand die zegt dat alles goedkomt, ook al is dat niet waar.

 

Nacht

Uit de kroeg klinkt geschreeuw; wat worden mensen toch vervelend als ze dronken zijn. De man rookt en kijkt naar de donkere gracht. Een eend trekt een v in het water die groter wordt en groter, tot het een hoofdletter V is.

 

Voor elkaar

Daarna huilde ze, stilletjes, en legde zich in mijn armen. Ze had me nodig.

 

Vaarwel

De laatste nacht sliep ik bij haar. We lagen verstrengeld in bed met een klein lampje aan en luisterden nog een keer alle cd’s die we zo vaak hadden geluisterd. Nog één keer bedreven we zachte liefde.

Het leek of het een definitiever einde was, alsof we elkaar nooit meer terug zouden zien.

Alsof we het leven vaarwel zeiden.