Arjen de Wit

Categorie: Proza

01:13

De bel gaat nog een keer; het was dus geen verbeelding. Dit is een tijdstip voor zwervers en katten. Door het raam zie ik een zweem blond haar, ik open de deur en kijk in haar wakkere blauwe ogen. Het is maanden geleden dat we elkaar voor het laatst zagen en de vorige keer was het niet gelukt iets af te spreken.

“Ik was in de buurt”, zegt ze, “dan is het toch zonde om niet langs te komen?”

Op reis

De oude stad was prachtig verlicht maar op straat was het stil. Op een stenen stoep pakte ze haar notitieboek en schreef woedende zinnen. Ik ben misschien op de mooiste plek waar ik ooit ben geweest, schreef ze, maar ik kan alleen maar huilen.

Winterdag

We liggen op de bank, Joan Baez zingt ons toe en ze krult zich tegen me aan.

“Nu ben ik net mijn kat”, zegt ze.

Umlaut

Terwijl we high van de legale wiet door de straten van Denver lopen probeer ik haar uit te leggen waarom het Engels ook best een umlaut zou kunnen gebruiken, bijvoorbeeld in ‘cooperation’.

Pubcrawl

“Het gaat er niet om waar ik vandaan kom”, antwoordde hij, “de vraag is waar ik naartoe ga.”

Amerikaanse droom

Ik ben de Amerikaanse droom. Ik heb een vader uit Haïti en een moeder uit West-Virginia, ik ben gevlucht uit mijn geboortedorp om carrière te maken in de grote stad.

De enige keer in mijn leven dat ik heb gevochten was op mijn twaalfde, toen de ene vriendin aan de andere vroeg waarom ze met een jongen aan het daten was, want hij was zwart.

“Ik sta ernaast, hoor”, zei ik.

“Jij telt niet, jij bent half zwart.”

 

Cassandra

Cassandra, mijn huisgenoot voor vier weken, keek me aandachtig in de ogen. We kenden elkaar nauwelijks maar er was een een huisfeest waar we wiet hadden gerookt en verf op elkaars lichamen hadden gesmeerd. Ik wilde dat feestje nooit meer vergeten, ik maakte foto’s van mezelf in de spiegel met strepen verf op mijn borst om het nooit te vergeten.

Zelf was ze lesbisch, het grootste deel van de tijd, en ze hield ervan om topless rond te lopen.

“Weet jij dat je heel mooi bent?”, vroeg ze.

 

23:46

De wasmachine stopt, en alles was zoals het was.

In gedachten

Vanavond hield ik haar zachte lijf weer vast, dronken we teveel bier en zoende ik haar in de nek op het plekje waar ik haar altijd zoende.

Stine

Vaak moet hij nog denken aan Kopenhagen, waar de regen grijs is en de straten groen. In Kopenhagen wonen de mooiste mensen ter wereld.

Hij had haar ontmoet op een feestje in Amsterdam, was op slag verliefd en besloot met haar naar Denemarken te verhuizen. Een keuze uit hartstocht, een keuze voor de liefde.

Ze had blauwe ogen en een fascinatie voor schedels. Haar hele huis stond er vol mee, op alle trappen en in alle kasten, zodat je altijd een paar doodskoppen aan de kant moest schuiven om de suiker uit het keukenkastje te pakken.

De eerste weken ging het goed, maar langzaam werd duidelijk dat er iets met haar was. Soms zat ze urenlang stil op de bank, niet in staat te reageren op vragen, dan weer wilde ze van alles doen. Dan moesten ze ineens naar de platenzaak om nieuwe muziek uit te zoeken of naar het bos voor wat frisse lucht. “Ik word gek hier”, zei ze dan, met een blik in haar ogen waarvan hij een beetje bang werd.

Haar reacties op zijn vragen werden steeds vijandiger en ze werd kwaad als hij niet mee wilde. “Waarom ben je dan hierheen gekomen”, riep ze uit, “als je niets met mij wilt doen?” Ze was niet meer in bedwang te houden en de ruzies verergerden. Ze beet hem, krabde hem, sloeg hem. Na drie maanden had hij wonden over zijn hele lichaam.

Het was niet te doen, ze draaide langzaam door en uiteindelijk werd ze opgenomen in een kale kliniek op een groot park net buiten de bebouwde kom. Bij zijn weten zit ze daar nog steeds. En zo was hij vertrokken uit de stad met de mooiste mensen ter wereld, met tranen in zijn ogen en grijze regen op het dak van de auto.