Stine

door arjendewit

Vaak moet hij nog denken aan Kopenhagen, waar de regen grijs is en de straten groen. In Kopenhagen wonen de mooiste mensen ter wereld.

Hij had haar ontmoet op een feestje in Amsterdam, was op slag verliefd en besloot met haar naar Denemarken te verhuizen. Een keuze uit hartstocht, een keuze voor de liefde.

Ze had blauwe ogen en een fascinatie voor schedels. Haar hele huis stond er vol mee, op alle trappen en in alle kasten, zodat je altijd een paar doodskoppen aan de kant moest schuiven om de suiker uit het keukenkastje te pakken.

De eerste weken ging het goed, maar langzaam werd duidelijk dat er iets met haar was. Soms zat ze urenlang stil op de bank, niet in staat te reageren op vragen, dan weer wilde ze van alles doen. Dan moesten ze ineens naar de platenzaak om nieuwe muziek uit te zoeken of naar het bos voor wat frisse lucht. “Ik word gek hier”, zei ze dan, met een blik in haar ogen waarvan hij een beetje bang werd.

Haar reacties op zijn vragen werden steeds vijandiger en ze werd kwaad als hij niet mee wilde. “Waarom ben je dan hierheen gekomen”, riep ze uit, “als je niets met mij wilt doen?” Ze was niet meer in bedwang te houden en de ruzies verergerden. Ze beet hem, krabde hem, sloeg hem. Na drie maanden had hij wonden over zijn hele lichaam.

Het was niet te doen, ze draaide langzaam door en uiteindelijk werd ze opgenomen in een kale kliniek op een groot park net buiten de bebouwde kom. Bij zijn weten zit ze daar nog steeds. En zo was hij vertrokken uit de stad met de mooiste mensen ter wereld, met tranen in zijn ogen en grijze regen op het dak van de auto.