Het kan

door arjendewit

Ik kan springen, denkt ze. Dan zou ze een paar seconden vliegen. Dan zouden nog een laatste keer alle lieve dingen door haar hoofd schieten die mensen ooit tegen haar zeiden, vlak voordat haar schedel uiteen zou spatten op de betonnen tegels.

Ze kijkt naar de bomen verderop, waarvan de takken wiegen in de wind, heen en weer. Heen. En weer.

De stilte wordt luider, de stilte drukt zo hard dat ze haar handen over haar oren moet leggen om te horen hoe huid over huid beweegt. Het raam gaat open en dicht. Open. En dicht.

Advertenties