Voorgedragen tekst: Het interview
door arjendewit
Gisteren droeg ik voor bij de open mic van Tapschrift Amsterdam: leuke mensen, uiteenlopende voordrachten, prettige sfeer. Hieronder mijn tekst. Het is een fragment uit een langer verhaal, bewerkt en gecondenseerd tot iets dat je in vijf minuten kunt voorlezen. Een vormexperiment bovendien, of hoe zeg je dat, nou ja, lees zelf maar :).
Het interview
Het interview vindt plaats bij haar thuis. Ze woont op een eiland met 21 bewoners en 260 schapen.
Ze kijkt naar de grond, wrijft met haar blote voet over een tegel. “Eigenlijk wilde ik dit interview niet”, zegt ze zacht. “Mijn uitgever kwam er mee, ik zei dat ik je kende van vroeger en voordat ik het wist had ze de afspraak gemaakt. Toen durfde ik niet meer terug. Echt: ik wilde het niet.” Ze slaat haar blik op en kijkt me aan, met ogen die nog even blauw zijn als toen.
“Je bent misbruikt.”
“Tja.”
Mijn mond is droog. Ik hoor al bijna niet meer dat de golven op de rotsen slaan, vijftig meter verderop, een constante ruis die hetzelfde klinkt als een verre autosnelweg. “Dit is een bijzondere plek om te wonen, zeker in je eentje”, probeer ik. “Ik vraag me af… ik vraag me af waarom.”
Ze pakt haar koffie en neemt me scherp op, haar mok aan haar mond zonder een slok te nemen. “De echte vraag is: waarom ben jij hier?”
Waarom ben ik hier? Inmiddels vraag ik me af of ik dit had moeten doen. Ik kwam zelf met het idee. Elisa Canta wordt 50, tijd voor een openhartige terugblik op haar leven en haar oeuvre, het tumult rondom haar debuut en haar terugtrekking uit het openbare leven, een tipje van de sluier van mystiek die om haar persoon hangt. Zo had ik het verwoord tegenover de hoofdredacteur. Ik twijfelde of ik moest vertellen dat ik de geheimzinnige schrijver nog kende van vroeger, uit het dorp, toen Elisa Canta nog Else van Kanten heette en mijn puberhoofd op hol bracht met zichtbare stukjes bh en, als het meezat, ook zichtbare stukjes string.
Else richt haar blik naar buiten, alsof daar, achter de witte rotsen, ergens in het donkerblauw van de Atlantische Oceaan, het antwoord ligt.
Ik zeg: “Ik kan me voorstellen dat het af en toe best eenzaam is hier.”
“Dat klinkt wat hypocriet, aangezien ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn keuzes. Maar: ja.”
Ik laat een korte stilte vallen, twijfel even, zeg dan: “Misschien wel een grote inspiratiebron voor je werk.”
“Nou… Eerlijk gezegd gaat dat niet zo goed. Ik ben hier ook voor in therapie. Ik word gek van mijn eigen hoofd.”
“Waarom?”
Ze zucht. “Gewoon, ik weet niet. Het is lastig.”
Ik knik langzaam. Vraag dan: “Hoe is de band met je familie?”
“Goed”, zegt ze, achteloos. Ze neemt een slok.
Ik kuch in mijn hand, kijk naar het opnameapparaat, dan weer naar Else. “Alles on the record?”
Ik kuch in mijn hand, kijk naar het opnameapparaat, dan weer naar Else. “Alles on the record?”
“Goed”, zegt ze, achteloos. Ze neemt een slok.
Ik knik langzaam. Vraag dan: “Hoe is de band met je familie?”
Ze zucht. “Gewoon, ik weet niet. Het is lastig.”
“Waarom?”
“Nou… Eerlijk gezegd gaat dat niet zo goed. Ik ben hier ook voor in therapie. Ik word gek van mijn eigen hoofd.”
Ik laat een korte stilte vallen, twijfel even, zeg dan: “Misschien wel een grote inspiratiebron voor je werk.”
“Dat klinkt wat hypocriet, aangezien ik zelf verantwoordelijk ben voor mijn keuzes. Maar: ja.”
Ik zeg: “Ik kan me voorstellen dat het af en toe best eenzaam is hier.”
Else richt haar blik naar buiten, alsof daar, achter de witte rotsen, ergens in het donkerblauw van de Atlantische Oceaan, het antwoord ligt.
Waarom ben ik hier? Het gaat allang niet meer om dit interview en dat weten we allebei. Ik wil geen artikel over Elisa Canta schrijven, ik wil iets goedmaken, iets rechtzetten, ik wil de tijd terugdraaien zodat ik met mijn eigen handen het kromme verleden kan rechtbuigen.
Ze pakt haar koffie en neemt me scherp op, haar mok aan haar mond zonder een slok te nemen. “De echte vraag is: waarom ben jij hier?”
Mijn mond is droog. Ik wist het al. Ik wist alles al. “Dit is een bijzondere plek om te wonen, zeker in je eentje”, probeer ik. “Ik vraag me af… ik vraag me af waarom.”
“Tja.”
“Je bent misbruikt.”
Ze kijkt naar de grond, wrijft met haar blote voet over een tegel. “Eigenlijk wilde ik dit interview niet”, zegt ze zacht. “Mijn uitgever kwam er mee, ik zei dat ik je kende van vroeger en voordat ik het wist had ze de afspraak gemaakt. Toen durfde ik niet meer terug. Echt: ik wilde het niet.” Ze slaat haar blik op en kijkt me aan, met ogen die nog even blauw zijn als toen.
