Prinses

Op een dag in de lente bleef ik bij haar slapen, in de kamer met de witte lakens, witte gordijnen en witte muren. Ze zette de deur open naar de onbewolkte hemel en de gordijnen begonnen traag te bewegen. Buiten krijste een meeuw, waardoor het net leek of we in een strandhuisje lagen in plaats van driehoog achter in Amsterdam.

Trouwen is onzin, daar waren we het over eens, omdat je nooit kunt weten of je altijd bij elkaar wilt blijven.

“Maar iedere vrouw wil toch één dag een prinses zijn?”

Daar kreeg ze braakneigingen van.

Advertenties